Eyecatcher Media

     Mannen en de afstandsbediening

Zit ik eindelijk eens lekker op m'n gemak tv te kijken, komt vriendlief binnen en eigent zich meteen de afstandsbediening toe. Laat het ding ook nooit meer los. Als ik even met mijn ogen knipper, zit ik opeens voetbal te kijken. We wonen niet eens samen, maar mijn afstandsbediening is blijkbaar zijn eigendom. 'Breng voortaan je eigen tv mee', zegt-ie dan, de grapjas. Bij navraag bij vrienden blijkt zich nagenoeg overal hetzelfde fenomeen voor te doen. Tijd voor enige research dus... Ik duik in de ab-problematiek en wat blijkt? Er worden moorden gepleegd om de afstandsbediening. In 2002 schoot in Thailand een man zijn vrouw dood na een ruzie om de afstandsbediening tijdens de WK-voetbalwedstrijd Mexico - Italie (dat is wel een redelijk excuus), in 2009 gooide een Britse man met de afstandsbediening zijn vrouw dood (raakte de halsslagader, dat zou ons nooit lukken), en in 2010 kreeg een Zuidafrikaanse man een hartstilstand tijdens een gevecht met zijn vrouw om de afstandsbediening. 2-1 in het voordeel van de mannen, om maar even in voetbaltermen te blijven. Af en toe heb ik wel eens de neiging om er 2-2 van te maken, maar hij is toch wel erg lief (zonder afstandsbediening), dus pak ik een goed boek in de wetenschap dat de rest van de week de afstandsbediening van mij is.

     Binnenkort ben ik jarig, joepie...

Elk jaar probeer ik deze dag compleet te negeren. Ik praat er niet over, plan niks en nodig niemand uit. Maar altijd zijn er wel een paar slimmeriken die weken van tevoren beginnen te bellen. Wat doe je met je verjaardag? Welke verjaardag, probeer ik dan nog onnozel te doen. Het valt nog wel op zaterdag, roepen zij dan weer. Ach jee, dit jaar kom ik er echt niet onderuit, want HET valt inderdaad op zaterdag. En waar gaat het nou helemaal over? Is verjaren een prestatie? Ik dacht 't niet, hooguit voor mijn moeder die mij en nog zo'n zelfde exemplaar binnen enkele minuten tijd baarde. Met leeftijd heeft het ook niet te maken, want ik had het als kind al. Lag mijn tweelingzus nachten van tevoren wakker van de spanning over cadeautjes, traktatie en feestje, ik had nachtmerries over gefeliciteerd, gezoend en toegezongen worden. Maar nu heeft mijn dochter er iets op gevonden. Deze week belde ze: 'Mam, je moet zaterdag om 2 uur klaar staan, want dan komen we je halen en gaan we iets leuks doen'. Op mijn vraag wat we dan gaan doen, lachte ze een tikkeltje gemeen: 'VERRASSING!' Dus nu lig ik weer uren te piekeren en heb ik nachtmerries over bungeejumpen, parachutespringen en skydiven.

   Prinses     

Ik heb echt lang nagedacht over dit onbekende avontuur. Na een screening, een flinke financiële aderlating en een lange wachttijd, was het dan eindelijk zo ver. Ik kon haar op Schiphol ophalen. Het enige wat ik wist, was dat ze gezond was met een geschatte leeftijd van 2 jaar. Op foto's zag ik alleen een warrige bos haar. Het was liefde op het eerste gezicht, van beide kanten. Ik tilde haar op en ze klampte zich aan mij vast alsof ze me nooit meer los wilde laten. In de auto een Spaanstalige cd opgezet, dat zou haar vast bekend voor komen, want ze kwam tenslotte van de Canarische Eilanden. Thuisgekomen bleek ze erg bang te zijn, ze liep me overal achterna. Op vaste tijden eten kende ze niet, ze had haar hele leven uit de vuilnisbak gegeten. Nu, een paar jaar later, is ze echt een prinses. Ze gaat vaker naar de kapper dan ik, haar nageltjes worden gemanicuurd en helemaal geparfumeerd komt ze thuis. De hele dag ligt ze op de bank een beetje naar buiten te kijken. Als het bedtijd is kijkt ze me aan van: 'doe jij het licht mee uit?' In al die jaren heeft ze nog geen kik gegeven, maar we begrijpen elkaar zonder woorden als ze me aankijkt en zucht: 'geen beter leven dan een hondenleven'.

   Van sneeuwleed en skiverdriet 

Een aantal jaren geleden kregen we van schoonpapa de uitnodiging om met de hele familie, 14 man sterk, mee te gaan op wintersport. Nu moet je weten dat ik een geweldige hekel heb aan kou en ook nog hoogtevrees. Twee redenen om mij niet in dit avontuur te storten. Maar tegenwerpingen als 'je voelt daar geen kou', 'lekker in het zonnetje zitten met een choco-rum', 'als je eenmaal op wintersport bent geweest wil je niets anders', haalden mij toch over. Dat heb ik geweten. Gezellig met twee busjes richting Oostenrijk, waar bij aankomst bij het familiechalet geen centimeter sneeuw bleek te liggen. 'Daar kom ik mooi mee weg', dacht ik nog. Totdat de volgende ochtend de wereld helemaal wit was. Niet alleen lag er plotseling een meter sneeuw, maar door een ondoordringbare mist was er geen zonnetje te bekennen. Er was geen ontkomen meer aan, schoenen en ski's gehuurd, uiteraard passend bij mijn trendy skipakje en óp naar de skischool. Nu ben ik redelijk stoer, dus op het kinderweitje had ik nog genoeg praatjes. En ook toen we na enkele dagen met alleen zo’n houtje onder je achterwerk naar boven werden gesleurd, ging het nog wel. Naar beneden kijkend in die immense diepte kreeg ik voor het eerst echt misselijkmakende kriebels in mijn buik. Dat jaar ben ik zonder botbreuken en kleerscheuren keer op keer naar beneden gekomen, maar vraag niet hoe! Hier heb ik dus echt geen talent voor. Nog een paar jaar ben ik meegegaan, uren privé-les genomen, maar desondanks boven op groepjes andere skiërs geknald, stokken en skibrillen gebroken, kniebanden verrekt, goh, wat een leuke vakantie! Skiën leer ik dus nooit en bovendien vind ik het gewoon echt-niet-leuk, het enige wat mij uitermate beviel was de choco-rum. Dus dit jaar, nadat ik de joelende familie heb uitgewuifd, stap ik op het vliegtuig naar een warm land, waar ik geen kou hoef te hebben, ik vooral niks moet en lekker veilig op een strandje kan liggen. Zouden ze daar ook choco-rum hebben?

   Hoge nood

Dit weekend waren we bij het Zomercarnaval in Rotterdam. ’s Middags de streetparade, daarna de hele avond dansen op het plein. Een dag waar je dorstig van wordt. Veel drinken is veel plassen, dat hoef ik niemand uit te leggen. Het begon al halverwege de parade. WC’s hoefde je niet te zoeken, er stond een waar tentenkamp van toiletten, omringd door hekken, en bewaakt door potige dames en heren, althans de kassa. Want plassen is bepaald niet gratis. 50 eurocent per plas, en zowaar kon je ook een dagabonnement aanschaffen voor 2 euro. Meteen maar groot ingekocht natuurlijk, er zouden beslist nog vele plasjes volgen. Een grote rode stempel op mijn arm met de tekst ‘Hoge nood’, daar zag ik de humor wel van in. Maar het lachen verging mij al snel bij het openen van de toiletcabine. Een stank en een viezigheid, volgens mij nog van het Zomercarnaval 2012. De volgende plasstop was dus bij een restaurantje waar we even aanlegden voor een hapje en een drankje, redelijke prijzen behalve voor de plas, 1 euro a.u.b. Toiletpapier was blijkbaar niet bij de prijs inbegrepen, leve de papieren zakdoekjes. En zo ging het de hele dag, het ene toilet nog smeriger dan het andere, dan vergaat je de plaslol al gauw. Thuisgekomen met erg hoge nood en lang genietend op mijn eigen spic en span schone toilet mijmerde ik nog even na. Plassen is blijkbaar big business, dus heb ik een bijverdienste bedacht. Meteen een bordje gemaakt. Plassen 5 euro. Duur vindt u? Dat valt reuze mee! De koffie is gratis, het toilet brandschoon en bij de plasprijs is toiletpapier (droog en vochtig), luchtverfrisser, heerlijke zeep en zelfs een handcrème inbegrepen. Koopje toch?

     Witte hagelslag

Ik heb niet zo gauw last van stress. Overwerkt? Nooit van gehoord. Ik presteer juist beter onder druk, anders heb ik de neiging om een beetje lui te worden. Dus heb ik eigenlijk wel het goede vak gekozen met elke maand een deadline. Die laatste dagen presteer ik nog eens extra door de druk van die deadline. Als ik verhalen hoor over burn outs, overspannen etc. dan kan ik me daar niet zo veel bij voorstellen. Natuurlijk weet ik dat het veel voor komt, én dat het ook echt is, zo veel voorstellingsvermogen heb ik nog wel. Maar ook mij wordt het blijkbaar wel eens te veel. Ik krijg dan vreemde signalen. Dan ligt de schaar opeens broederlijk naast de kaas in de koelkast. Of ik mis de afslag naar mijn eigen huis. Ik weet goed dat dit voor mij signalen zijn om wat rust te nemen, maar ik kies er vaak voor om deze signalen te negeren. Samen met deze signalen heb ik ook de neiging om niet, of in elk geval erg onregelmatig te eten, staande aan het aanrecht bijvoorbeeld. Na een extra uitgave met dus een extra deadline en een verhuizing kwamen de eerste signalen. In plaats van naar mijn nieuwe huis nam ik de afslag naar mijn oude (nog erg vertrouwde) adresje. De schaar lag weer naast de kaas (die hoef ik dan ook niet te zoeken, ik weet ’t gewoon). Maar vandaag een nieuw signaal. Even snel een boterham met hagelslag (ik eet bijna nooit hagelslag, dat is al een signaal op zich). Ik greep in de kast, strooide de hagelslag op mijn brood, dacht nog ‘witte hagelslag?’ en zette vervolgens mijn tanden in een boterham met rijst. Oké, afslagen missen, een gekoelde schaar, dat gaat allemaal nog wel, daar gebeuren geen ongelukken mee, maar als ik mijn tanden kapot bijt op een boterham met ‘witte hagelslag’ dan is het tijd om gas terug te nemen. De rijst heb ik voorlopig verstopt (naast de kaas en de schaar), hoog tijd voor vakantie! 

     Wekelijks gedoe

Ik heb echt een hekel aan boodschappen doen, en dan met name de wekelijkse, broodnodige boodschappen. En dan bedoel ik echt broodnodig. Ik ben niet van de goedgevulde voorraadkasten. Eerder van muizen die dood voor die voorraadkasten liggen, niet ondenkbeeldig nu ik sinds kort redelijk landelijk woon. Dus sjok ik voortaan braaf elke week naar de supermarkt. Ik stel het zo lang mogelijk uit. Mijn weerzin tegen boodschappen doen heeft niets met gierigheid te maken, maar ik vind het zo’n gedoe! Boodschappenlijstje maken, naar de supermarkt, parkeren, muntje voor in de kar (ik had er echt vijf, waar zijn die allemaal gebleven?). Bij binnenkomst een totale black out omdat het boodschappenlijstje steevast nog thuis ligt, zodat ik alles in de kar gooi, behalve wat er op mijn lijstje stond. Dat merk ik gelukkig pas thuis, dus na lang wachten in de rij voor de kassa, boodschappen inladen, karretje terugzetten, geef ik mijzelf een flinke schouderklop: ‘zo, die klus is weer geklaard’. Nee, dan shoppen! Dat is pas echt fun. Niet dat ik wekelijks in de stad loop, maar shoppen met mijn dochter is een feest. Dat gebeurt overigens hooguit twee keer per jaar, en we verzinnen dan ook elke keer een thema: ‘shop untill you drop’ of ‘scoren, scoren, scoren’, maar het allerleukste thema (toen we allebei platzak waren) was toch wel: ‘we gaan allemaal passen wat we níet leuk vinden, dan hoeven we ook níks te kopen’. Gierend van de lach samen in één paskamer, tuttige bloemenjurken passen en bikini’s met gigantische vullingen. Een echte aanrader dus: goed voor de lachspieren en nóg beter voor de portemonnee.

     Domme blondjes en slimme sluitingen

Vroeger zaten vleeswaren gewoon in een zakje van de slager, bonen in een blik, en nootjes in een vacuüm pakje. Het vleeswarenzakje ging zonder hulpmiddelen open, voor de bonen pakte je de blikopener en voor de noten de schaar. Ik herinner me nog het sissende geluid en de geur van de nootjes, u ook? Maar tegenwoordig hebben alle verpakkingen slimme sluitingen. Vleeswaren zijn geseald, op het blik bonen zit een handig lipje, en de notenverpakking heeft een inkeping. Alleen, ik kan er niks mee. Het tipje aan de vleeswarensluiting is te klein voor mijn toch niet al te lompe vingers, heb ik het eindelijk te pakken dan scheurt de hele flap doormidden. Het lipje op het bonenblik breekt bij mij steevast af, van alle blikken trouwens. De inkeping van de notenverpakking krijg ik sowieso niet open. Als ik mij echt kwaad maak en met een rood gezicht en bruut geweld eindelijk de inkeping kan openen, scheurt meteen de hele zak doormidden. Lig ik alweer op mijn knieën in de keuken in een wedstrijd met mijn hond wie de meeste noten te pakken kan krijgen. Nu hebben ze weer een slimme sluiting uitgevonden. De zakken hondenbrokken hebben voortaan een ritssluiting!!! Inmiddels heb ik al zeker 10 zakken hondenbrokken gekocht en nóg weet ik niet waar ik de rand moet afknippen om de slimme ritssluiting te gebruiken. Ben ik nou zo dom of heeft u er ook last van? Of komt het omdat ik blond ben? Ik heb de moed in elk geval opgegeven. Ik pak gewoon weer mijn ouderwetse blikopener, lipje of niet, en de schaar voor alle overige verpakkingen. De slimme ritssluiting gebruik ik ook niet, een flinke wasknijper op de zak houdt de hondenbrokken prima vers. En dat vind ik voor een dom blondje eigenlijk een heel intelligente oplossing. Dus is de titel van deze column eigenlijk helemaal verkeerd. Ik zal hem laten veranderen: Slimme blondjes en domme sluitingen.

     Toch maar stoppen?

Ik ging even bij de benzinepomp aan om sigaretten te kopen. ‘Mag ik 2 pakjes van 5 euro?’ En schrok me vervolgens een ongeluk. De prijs van sigaretten is met 10 procent verhoogd! Ik wil het hier niet hebben over wel roken/niet roken, die discussie moet ik als roker (lees paria) bijna dagelijks voeren. We weten allemaal dat roken slecht is voor de gezondheid, maar dat is nu even niet aan de orde. Wel aan de orde is het feit dat een prijsverhoging van 10% voor de regering blijkbaar heel normaal is, dat zouden we als zelfstandig ondernemer eens moeten proberen! Wat mij nog het meeste dwarszit is het feit dat de verkopers van sigaretten nauwelijks van deze prijsverhoging profiteren, 2/3 van de verhoging is - natuurlijk - accijns. Wist u dat op een pakje sigaretten 57% accijns wordt geheven? En wist u dat de jaaromzet van sigaretten en shag gemiddeld op ruim 4 miljard euro ligt? En nu we toch aan het rekenen zijn: bij een gebruik van een pakje per dag blaas ik gemiddeld 2000 euro per jaar de lucht in (oeh da’s even schrikken). Als (iets minder) brave burger spek ik dan wel de staatskas met ruim 1100 euro. Voor 2000 euro per jaar kan je ook veel andere leuke dingen doen, vakantie, nieuwe fietsen, en zo kan ik nog veel meer bedenken. Van de andere kant: als wij (de rokers dus) nu eens massaal beslissen om te stoppen met roken, dan boren we de regering met z’n allen ruim 2 miljard euro door de neus. Dat idee staat mij eigenlijk wel aan. Wie doet er mee? Ik ga er in elk geval voor, nu ik de cijfers eens bekijk. Maar geef mij alsjeblieft niet de schuld als ik straks langer leef en de premies van de ziektekostenverzekering omhoog gaan. Om nog maar te zwijgen van de benzineprijzen, de BTW, de luchthavenbelasting, de wegenbelasting en alle andere te bedenken belastingen!

     Hoezo klantvriendelijk?

Klantvriendelijkheid, een ingebakken eigenschap bij alle ondernemers zou je denken, zeker in wat mindere tijden. Nou, niet bij autoverhuurbedrijf A, waar ik een week voor de geplande datum persoonlijk langs ging om een bestelbus te reserveren. Op de afgesproken dag kwam ik een kwartier na openingstijd aan bij het autoverhuurbedrijf. Zag een bestelbus staan en dacht nog: ‘die oude roestbak zal het toch niet zijn’. Foutje, die was het dus wel. Bij binnenkomst geen ‘goedemorgen’ door de medewerker achter de balie, maar enkel een knorrig ‘rijbewijs’. Na eindeloos rommelen in kastjes, kluisjes en laatjes trok ik na een half uur de conclusie dat de sleutels van de roestbak kwijt waren. Collega ingeschakeld en samen zoeken, overigens zonder enige uitleg aan mij. Dan maar een kopje koffie voor mij, foutje, die was voor de medewerker zelf natuurlijk, stom van mij!. Blijkbaar waren de sleutels terecht want na weer een kwartier hoorde ik kuchende geluiden uit de roestbak komen en stond de motorkap open. Bleek de accu leeg te zijn door het aanlaten van de binnenverlichting. Na het starten met accukabels besloten de collega’s in onderling overleg (joehoe, ik sta een meter bij jullie vandaan) dat ik de bus maar zo moest meenemen. Brutaal besloot ik mij in de besluitvorming te mengen met de opmerking dat ik 100 meter verderop woonde, en dat ik de auto na inladen echt niet meer gestart zou krijgen. ‘Dan moet er een nieuwe accu in’, werd zuchtend besloten. Op mijn vraag hoe lang dit geintje zou gaan duren, foutje, keken ze elkaar aan en mompelden: ‘ze moet maar wachten’. Toen ging ik, overmand door zo veel klantvriendelijkheid, spontaan over de rooie. Ben zwijgend de deur uitgelopen en heb thuis een ander verhuurbedrijf gebeld waar ik binnen een kwartier zeer vriendelijk aan een spiksplinternieuwe bestelbus werd geholpen voor een prijs die bijna de helft lager was. Later die dag heb ik verhuurbedrijf A nog een mailtje gestuurd en, foutje, wacht tot op de dag van vandaag op antwoord. Nou ja, niet erg, want waarschijnlijk was het toch een blanco mail geweest, en bovendien, klantvriendelijkheid kun je niet mailen, dat moet je gewoon doen!

     Mobiel, mobieler, mobielst

Vroeger betekende ‘mobiel’ het vermogen om je te verplaatsen. Nu denk je bij ‘mobiel’ meteen aan een telefoon. Het mobieltje vind ik overigens, samen met internet en de Tom-Tom, dé uitvinding van de eeuw. Maar het brengt wel vreemde gedragsveranderingen met zich mee. Werd er vroeger als eerste aan de telefoon gevraagd: ‘Hoe gaat het met je?’, nu is de eerste vraag: ‘Waar ben je?’ Daar moet ik nog steeds aan wennen. Ook het sms’en blijf ik een vreemde gewoonte vinden. Ga naar een restaurant en kijk eens om je heen. Vijf van de tien mensen zitten te sms-en, gezellig voor de overige tafelgenoten… Ook als we op zaterdag gaan salsadansen, zit de jeugd druk te sms’en (wie moet je in vredesnaam om 2 uur ’s nachts sms’en?) en áls er al gedanst wordt, dan natuurlijk wel met de mobiel in de hand, vreemd gezicht overigens. Ik heb nog geen mobieltje af zien gaan, maar ik stel me zo voor dat de danspartner prompt in de steek gelaten wordt. Maar e-mail en internet vind ik wel geweldig! De hele wereld gaat voor je open en je kan je haast niet meer voorstellen dat vroeger alles per brief ging, later weliswaar gevolgd door de fax, e-mail is geweldig en efficiënt. Andere fenomenen vind ik dan weer minder: Hyves, Twitter, Facebook, Linked-In, je hebt een dagtaak aan het bijhouden van al die sociale netwerken, pfff…… ik word al moe als ik er aan denk. Als ik vrienden bel, hebben ze geen tijd, want ze moeten de virtuele koeien melken en de schapen naar binnen doen, nou ja! Maar ook ik doe mee aan de gedragsveranderingen: deze week betrapte ik me er op dat ik gezellig terugkletste tegen mijn Tom-Tom. Het moet toch niet gekker worden!

     Misverstand

Heb jij dat nou ook? Dat je in de communicatie met je kinderen aan een half woord genoeg hebt? Mijn dochter babbelde er op tweejarige leeftijd al flink op los. En eigenlijk wist ik altijd feilloos wat ze bedoelde. Wanneer ze vertelde dat ze met papa naar een apotheek was geweest en daar limonade op had, wist ik meteen dat het hier om een receptie ging (apotheek - recept - receptie). Totdat ze op vierjarige leeftijd de volgende stelling poneerde: 'Ik vind Tessa helemaal geen leuke naam, ik zou veel liever Monique heten'. Die mededeling nam ik in eerste instantie voor kennisgeving aan, want wie vindt z’n eigen naam wel mooi? Maar dit scenario herhaalde zich elke dag en de toon werd steeds wanhopiger. Tijd om er dieper op in te gaan, want hier zat een levenslang trauma aan te komen. Was er een kindje in de kleuterklas dat zo heette? Werd ze soms uitgescholden door klasgenootjes? Na een week was ik ten einde raad, want ze zat er echt mee. Totdat ze met aanvullende informatie kwam: 'Ik vind Tessa helemaal geen leuke naam, en JIJ ook niet'. Helemaal in shock was ik: 'Natuurlijk vind ik Tessa een leuke naam, anders had ik jou toch nooit zo genoemd?' Haar reactie kwam in hoofdletters: 'HE?? HE?? Heb JIJ mij ZO genoemd?' Op mijn vraag of ze soms dacht dat ze in het ziekenhuis met een ‘Tessa’ naampleister op haar voorhoofd was geboren, reageerde ze stomverbaasd over zoveel domheid: 'Nee natuurlijk niet, ik had toch al een armbandje om…?'



                                Webdesign: Eyecatcher Media                                        Top page