Eyecatcher Media
1

Jaap van der Kamp

'Zo lang ik leef blijf ik banjo spelen'

89 jaar is Jaap van der Kamp en ik zoek hem op in Woonzorgcentrum De Vallei in Zwaanshoek. Ik zie meteen dat Jaap een 'mindere dag heeft. 

Mijn voorstel om het interview uit te stellen, wuift Jaap van der Kamp met een gedecideerd handgebaar weg. Al pratende over zijn muziek, zijn banjo’s en mandolines leeft Jaap helemaal op. Muziek maken, en met name banjospelen is zijn lust en zijn leven. Als jongen van 18 jaar kwam Jaap dagelijks langs het huis van Jan Prins, een buurman die elke dag op zijn banjo speelde. ‘Dat vond ik zo prachtig, dat wilde ik ook’, vertelt Jaap. Wie verwacht dat Jaap in de leer ging bij Jan Prins heeft het mis. ‘Ik heb de man zelfs nooit gesproken’, lacht Jaap. ‘Ik heb mezelf alles aangeleerd. Ik kon wel noten lezen, maar alleen van zangmuziek’. Dat bleek geen probleem te zijn, want na een liedje drie keer gehoord te hebben speelde Jaap het feilloos na.

De Oolijke Boys

In 1940 richtte Jaap de band De Oolijke Boys op, acht mannen die zongen en speelden. Hoewel Jaap ook een zeer verdienstelijk zanger was, zong hij zelf nooit in de band. ‘Dat gaat niet’, vertelt Jaap. ‘Met een banjo speel je geen akkoorden maar de gehele melodie. Daar moet je jezelf zo op concentreren dat je er niet ook nog bij kunt zingen’. In korte tijd bouwden De Oolijke Boys een uitgebreid repertoire op van  Hollandse, Duitse en Indonesische liedjes. ‘Nina Bobo was mijn favoriete lied’. Honderduit kan Jaap vertellen over zijn tijd met De Oolijke Boys. ‘We reisden per trein het hele land door voor optredens. Over geld werd nooit gepraat’, lacht Jaap. ‘Af en toe kregen we wat toegeschoven, een soort reisgeld.’ Dat het reizen en optreden in oorlogstijd niet zonder gevaar was, illustreert Jaap met een anekdote. ‘Op een keer zaten we in de trein van Eindhoven naar Den Bosch op de terugweg van een optreden. Zoals zo vaak speelden en zongen we tijdens de reis. Opeens sommeerde een Duitse officier ons om mee te komen naar een eersteklas coupé. We sputterden nog tegen dat wij daar niet mochten komen. Bleek de gehele coupé vol te zitten met hoge Duitse officieren en wij moesten voor hen spelen. Natuurlijk hebben we dat gedaan, dat kon je niet weigeren. De Arbeitseinsatz was in volle gang en wij hadden precies de goede leeftijd, dus we knepen hem flink. In Den Bosch aangekomen verlieten we onder daverend applaus en opgelucht de trein’.


Nina Bobo

Aan het eind van ons gesprek pakt Jaap zijn banjo en speelt voor mij het Indonesische slaaplied Nina Bobo, dat hij ook op ontroerende wijze ten gehore bracht tijdens de uitvaart van zijn vrouw Anneke. Jaap speelt nog elke dag. ‘Ik kan mijn banjo niet missen. Muziek betekent voor mij emotie, steun en plezier. Ik blijf banjo spelen zolang ik leef’. Jaap van der Kamp is nog steeds een krasse man. Maar hij weet dat zijn ziekte hem niet veel tijd meer geeft. Voor zijn begrafenis heeft hij dus ook maar één wens. ‘Tijdens de uitvaart wil ik muziek van Andrea Bocelli en bij de kist natuurlijk Nina Bobo.’

© Om privacy redenen is de naam gewijzigd - Eyecatcher Media