Eyecatcher Media

Memorials

Als interviewer en tekstschrijver was ik vaak diep onder de indruk van de personen die ik interviewde. Soms was dat gevoel heel erg speciaal, zelfs al bij die ene ontmoeting. Mensen vertelden mij hun verhaal en gunden mij een diepe blik in hun leven.

Zo had ik eens een interview met een 89-jarige man. De man was ernstig ziek en had niet lang meer te leven. Dat vond hij niet erg, hij had een mooi leven gehad en hij vertelde daar vol passie over. Ik was onder de indruk en schreef het artikel recht uit mijn hart. Toen ik het artikel voor publicatie naar zijn dochter stuurde, die aanwezig was geweest bij het interview, antwoordde zij mij in haar mail dat ik haar in het hart had geraakt, ik had haar vader precies afgeschilderd zoals hij had geleefd. 

Van haar reactie was ik dan weer even stil en kreeg ik een brok in mijn keel. Ik bedacht me dat ik hoopte dat haar vader de publicatie nog zou meemaken. Door die overpeinzing kwam ik op het idee om voor zijn naderende afscheid een Memorial te maken. De tekst had ik tenslotte al geschreven. Aan mijn vormgever vroeg ik om het artikel in een aangepast formaat op te maken (dubbelgevouwen A4).

Uiteraard had ik tevoren aan de dochter gevraagd wat ze van dit plan dacht. Haar reactie was laaiend enthousiast. 'Een echt eerbetoon aan vader', 'mooier en persoonlijker dan de gebruikelijke herdenkingskaartjes of bidprentjes'. Ook de mensen die aanwezig waren bij zijn uitvaart waren ontroerd.

Dat was het begin van de Memorial. In bovenstaand voorbeeld had ik al een interview met de man zelf. Maar ook na het overlijden van een dierbare kunnen nabestaanden vaak prachtig vertellen over de overledene, maar het zelf niet vertalen in een mooi verhaal. Samen met enkele foto's en een persoonlijke tekst op de voorkant wordt de Memorial een eerbetoon aan de overledene, mee te geven na de uitvaart, en een prachtige herinnering voor al diegenen die achterblijven.

Wilt u een Memorial voor u zelf of voor een dierbaar familielid, neem dan contact op (ook in de avonduren en weekenden). We maken een afspraak voor een persoonlijke ontmoeting, met daaropvolgend het interview. Binnen één dag is de tekst en de vormgeving van de Memorial klaar. Wij laten de Memorial drukken in het door u gewenste aantal op een mooie kwaliteit papier en garanderen een snelle levering. Door onze connecties met drukkerijen kunnen wij gunstige prijzen bedingen. 

Onderstaand een aantal voorbeelden van Memorials.

1

Jaap van der Kamp

'Zo lang ik leef blijf ik banjo spelen'

89 jaar is Jaap van der Kamp en ik zoek hem op in Woonzorgcentrum De Vallei in Zwaanshoek. Ik zie meteen dat Jaap een 'mindere dag heeft. 

Mijn voorstel om het interview uit te stellen, wuift Jaap van der Kamp met een gedecideerd handgebaar weg. Al pratende over zijn muziek, zijn banjo’s en mandolines leeft Jaap helemaal op. Muziek maken, en met name banjospelen is zijn lust en zijn leven. Als jongen van 18 jaar kwam Jaap dagelijks langs het huis van Jan Prins, een buurman die elke dag op zijn banjo speelde. ‘Dat vond ik zo prachtig, dat wilde ik ook’, vertelt Jaap. Wie verwacht dat Jaap in de leer ging bij Jan Prins heeft het mis. ‘Ik heb de man zelfs nooit gesproken’, lacht Jaap. ‘Ik heb mezelf alles aangeleerd. Ik kon wel noten lezen, maar alleen van zangmuziek’. Dat bleek geen probleem te zijn, want na een liedje drie keer gehoord te hebben speelde Jaap het feilloos na.

De Oolijke Boys

In 1940 richtte Jaap de band De Oolijke Boys op, acht mannen die zongen en speelden. Hoewel Jaap ook een zeer verdienstelijk zanger was, zong hij zelf nooit in de band. ‘Dat gaat niet’, vertelt Jaap. ‘Met een banjo speel je geen akkoorden maar de gehele melodie. Daar moet je jezelf zo op concentreren dat je er niet ook nog bij kunt zingen’. In korte tijd bouwden De Oolijke Boys een uitgebreid repertoire op van  Hollandse, Duitse en Indonesische liedjes. ‘Nina Bobo was mijn favoriete lied’. Honderduit kan Jaap vertellen over zijn tijd met De Oolijke Boys. ‘We reisden per trein het hele land door voor optredens. Over geld werd nooit gepraat’, lacht Jaap. ‘Af en toe kregen we wat toegeschoven, een soort reisgeld.’ Dat het reizen en optreden in oorlogstijd niet zonder gevaar was, illustreert Jaap met een anekdote. ‘Op een keer zaten we in de trein van Eindhoven naar Den Bosch op de terugweg van een optreden. Zoals zo vaak speelden en zongen we tijdens de reis. Opeens sommeerde een Duitse officier ons om mee te komen naar een eersteklas coupé. We sputterden nog tegen dat wij daar niet mochten komen. Bleek de gehele coupé vol te zitten met hoge Duitse officieren en wij moesten voor hen spelen. Natuurlijk hebben we dat gedaan, dat kon je niet weigeren. De Arbeitseinsatz was in volle gang en wij hadden precies de goede leeftijd, dus we knepen hem flink. In Den Bosch aangekomen verlieten we onder daverend applaus en opgelucht de trein’.


Nina Bobo

Aan het eind van ons gesprek pakt Jaap zijn banjo en speelt voor mij het Indonesische slaaplied Nina Bobo, dat hij ook op ontroerende wijze ten gehore bracht tijdens de uitvaart van zijn vrouw Anneke. Jaap speelt nog elke dag. ‘Ik kan mijn banjo niet missen. Muziek betekent voor mij emotie, steun en plezier. Ik blijf banjo spelen zolang ik leef’. Jaap van der Kamp is nog steeds een krasse man. Maar hij weet dat zijn ziekte hem niet veel tijd meer geeft. Voor zijn begrafenis heeft hij dus ook maar één wens. ‘Tijdens de uitvaart wil ik muziek van Andrea Bocelli en bij de kist natuurlijk Nina Bobo.’

© Om privacy redenen is de naam gewijzigd - Eyecatcher Media


2

Nienke de Vries

 ‘Paarden zijn mijn droom en mijn passie’


Nienke zit op de bank, omringd door vele fotoalbums. De albums hebben allemaal één onderwerp: paarden. ‘Als kind al droomde ik over paarden en paardrijden’. In een gezin met zes kinderen was daar totaal geen budget voor. ‘Wij mochten allemaal één sport uitkiezen, en paardrijden hoorde daar beslist niet bij’, zegt  Nienke. ‘Paardrijden was voor rijkeluiskinderen’. Dus koos Nienke voor turnen, maar de droom over paarden bleef.

Zodra Nienke 15 jaar was, zocht ze een zaterdagbaantje. In de schoenenwinkel hield ze het maar een paar weken vol. ‘Dan kwamen de klanten binnen voor witte laarzen en dan moest ik ze desnoods met zwarte lakschoenen weg laten gaan’. Dat baantje werd dus geen succes, maar algauw kreeg Nienke het aanbod om bij een tante eens per week te komen poetsen. ‘Daarvan kon ik één paardrijles per week betalen’, vertelt Nienke. Toen Nienke 18 jaar was ontmoette ze Bas en werd ze straalverliefd. ‘Ook wel een beetje op de paarden die de vader van Bas had’, lacht Nienke. Na hun trouwen bleef Nienke de paarden van haar schoonvader rijden en op wedstrijden uitbrengen. De droom was eindelijk echt werkelijkheid geworden.

Geur opsnuiven

Naast het serieus trainen, nam Nienke de paarden vaak mee voor een buitenrit in de nabijgelegen bossen. ‘Dat is heerlijk, je vergeet al je zorgen en voelt je echt één met de natuur en met je paard’. Ook zwemmen met de paarden was een geliefde bezigheid van Nienke. Door haar ziekte, die zich een jaar geleden openbaarde, is Nienke niet meer in staat om actief te rijden. ‘Op een goede dag kan ik nog net op mijn paard komen, dan maken we een kort wandelingetje rond het huis’. Op een slechte dag komt Bas met een van de paarden tot bij huis. ‘Dan kan ik ze in elk geval even aaien en vooral hun geur opsnuiven, net groene appels’, zegt Nienke.

Nienke weet dat haar gezondheid snel achteruit gaat en dat ze binnenkort afscheid moet nemen van al haar geliefde vrienden, familie, haar man Bas én haar paarden. ‘Blijkbaar is het mijn tijd’, zegt Nienke. ‘Vrienden en familie zijn er erg bedroefd over, maar ik weet dat het zo niet verder kan’. Nienke is niet verdrietig. 'Ik heb tegen iedereen gezegd: Als ik er niet meer ben, en je ruikt de geur van een paard, denk dan aan mij’.

© Om privacy redenen is de naam gewijzigd - Eyecatcher Media

 

 

       Webdesign: Eyecatcher Media                                                   Top page